VFR gids

[English version of the VFR guide] [PDF versie van de VFR Gids downloaden]

Deze gids is geen officieel document en heeft geenszins de bedoeling een volledig overzicht te geven van het Belgische luchtruim. Hij onderscheidt enkel gecontroleerd en ongecontroleerd luchtruim, en gaat niet dieper in op de verschillende klassen gecontroleerd luchtruim. Meer gedetailleerde informatie vindt u in de AIP. Op elk vliegveld is verplicht een geactualiseerde AIP aanwezig.

De toestand wat betreft het luchtruim in de omliggende landen wordt niet besproken. Als piloot is het uw plicht de reglementering van alle landen die u overvliegt, te kennen. U vindt de noodzakelijke informatie in handleidingen zoals de Nederlandse VFR gids, het Duitse Flieger-Taschenkalender en de Franse Guide VFR. Op initiatief van de EGU zullen er regelmatig overzichten verschijnen met de grote lijnen en de belangrijkste veranderingen van de reglementering in de buurlanden.

Gecontroleerd en ongecontroleerd luchtruim.

Ongecontroleerd luchtruim omvat alle luchtruim van klasse F of G, gecontroleerd luchtruim alle luchtruim van klasse A tot en met E. Klassen A, B en F komen niet voor in België. In ongecontroleerd luchtruim kan men alle soorten verkeer aantreffen, dus zowel zweefvliegtuigen en lichte motorvliegtuigen als zakenjets en militaire toestellen. Ook IFR vluchten in ongecontroleerd luchtruim zijn mogelijk.

In ongecontroleerd luchtruim gelden de normale voorrangsregels zoals beschreven in de AIP, zweefvliegtuigen hebben altijd voorrang op gemotoriseerd verkeer.

Om VFR te mogen vliegen in ongecontroleerd luchtruim, dus ook om te mogen zweefvliegen, moet aan de volgende zichtvoorwaarden zijn voldaan:

Airspace class

CDE

G

   

Boven 900 m AMSL, of 300 m AGL, welk het hoogst is

Op of beneden 900 m AMSL of 300 m AGL, welk het hoogst is

Afstand tot de wolken

1500 m horizontaal,
300 m verticaal

Buiten de wolken, zicht op de bodem.

Zichtbaarheid vanuit het vliegtuig

op en boven FL 100: 8 km
beneden FL 100: 5 km

5 km
(1500 m voor lokale circuits)

VFR verkeer in gecontroleerd luchtruim - ook zweefvliegen - is mogelijk onder zeer specifieke voorwaarden, in eerste instantie afhankelijk van de klasse luchtruim, maar ook van specifieke lokale voorschriften. Om als zweefvlieger van gecontroleerd luchtruim van klasse D of hoger gebruik te kunnen maken moet men zeer goed op de hoogte zijn van de reglementering. Een overzicht hiervan valt buiten het bestek van deze gids. Eén ding moet benadrukt worden: In vele klassen gecontroleerd luchtruim krijgt IFR verkeer radarseparatie ten opzichte van VFR verkeer, d.w.z. de verkeersleiding leidt IFR verkeer op veilige afstand om VFR verkeer heen. IFR verkeer moet in dit geval niet zorgen voor enige look-out, elke visuele voorrangsregel wordt daardoor zinloos, inclusief de algemene voorrang van zweefvliegtuigen op gemotoriseerd verkeer. Wanneer men zonder toestemming in dergelijk gecontroleerd luchtruim vliegt, gelden de normale voorrangsregels NIET.

Ongecontroleerd luchtruim in België

Militair luchtruim

Gedurende de week wordt een groot deel van het luchtruim in beslag genomen door militaire gecontroleerde gebieden. Buiten de uren van militaire activiteit wordt praktisch al het militaire luchtruim beneden 4.500 voet omgevormd in ongecontroleerd luchtruim. In principe is dit altijd zo gedurende de weekends en op wettelijke feestdagen. Opgelet echter: een militair gebied kan uitzonderlijk toch actief zijn gedurende deze periodes. Het is daarom strikt noodzakelijk op de hoogte te zijn van geldende NOTAM's. Het is de verantwoordelijkheid van elke piloot zelf de NOTAM's te kennen, maar de clubs kunnen hierbij wel van dienst zijn door het geven van een goede briefing. Op elk vliegveld is verplicht een set NOTAM's ter beschikking van alle gebruikers. Eventueel kan voor meer informatie getelefoneerd worden naar het Flight Information Center (FIC) op het nummer: 02/206.27.25, of in vlucht kan men oproepen naar Brussels Info op frequentie 126.900MHz.

De vliegvelden van Kleine-Brogel en Florennes zijn afwisselend ‘stand-by’ tijdens het weekend en op feestdagen. Bij het doorkruisen van de TMA van het vliegveld dat ‘stand-by’ is, is uitluisteren op de frequentie van Brussels Info verplicht! Verder ligt er rond elk van deze 2 vliegvelden permanent een P-zone die steeds verboden gebied is, en een R-zone waarbinnen uitluisteren op de Brussels Info frequentie verplicht is wanneer aangekondigd per NOTAM.

Kaart 1 P- en R-zones van Florennes en Kleine Brogel

 

Het LFA G systeem

De afkorting LFA G staat voor "Low Flying Area class G", dus een gebied ongecontroleerd luchtruim op lage hoogte; De term is historisch gegroeid, en eigenlijk niet meer helemaal van toepassing, vermits de LFA G nu luchtruim bevat tot FL 90. (Zie verder voor een korte herhaling omtrent FL, hoogtemeterinstellingen, enz.) Verwar de term niet met de eigenlijke LFA's, namelijk trainingsgebieden voor militaire jets op zeer lage hoogte.

De LFA G vormt bepaalde delen gecontroleerd luchtruim om in ongecontroleerd luchtruim, speciaal ten behoeve van het zweefvliegen. De LFA G is opgedeeld in 5 verschillende schijven en/of gebieden. Eén of meerdere van deze gebieden kunnen geactiveerd worden. LFA G 2 t.e.m. 5 moeten expliciet aangevraagd worden. De aanvraag voor de activering mag enkel gebeuren door daartoe aangeduide personen, in geen geval mag een onbevoegd persoon de activering vragen van een sector LFA G. Indien één van de sectoren van LFA G 2 of LFA G 5 actief zijn, wordt de informatie daaromtrent op de website van de LVZC gepubliceerd. Indien er geen informatie beschikbaar is, en indien er geen tegenbericht is in de NOTAM's, moet u veronderstellen dat enkel LFA G 1 actief is.

Desgewenst kan de activiteit van alle LFA G gebieden nagegaan worden bij Belgontrol. Dit kan telefonisch op het nummer van het Flight Information Center (FIC): 02/206.27.25, ofwel via de radio op de frequentie van Brussels Info, 126,900MHz. De activiteit van de LFA G gebieden kan je tijdens het weekend en op feestdagen terugvinden op de website van de Liga van Vlaamse Zweefvliegclubs (www.zweefvliegen.be).

In de AIP zal je terugvinden dat de bovengrens van LFA G1, G2 en G5 gepubliceerd zijn als FL55 exclusief, FL75 exclusief en FL95 exclusief. In principe zijn de hoogst bruikbare Flight Levels dus respectievelijk FL50, FL70 en FL90. Deze laatste getallen worden ook zo vermeld in de voetnoot bij deze LFA G gebieden in de AIP. In deze VFR gids gebruiken we dan ook FL50, FL70 en FL90.

Hieronder volgt een overzicht van de verschillende LFA G gebieden. 

LFA G 1

LFA G 1 wordt automatisch actief bij dag buiten de uren van militaire operaties, en stelt luchtruim ter beschikking tot FL 50. Er moet dus geen aanvraag gebeuren, en de clubs worden niet verwittigd wanneer LFA G 1 actief is. Let op: het is uitzonderlijk mogelijk dat bepaalde gebieden uit LFA G 1 uitgesloten zijn, dit wordt dan gemeld in de NOTAM's.

De toestand met alle militaire gebieden gedeactiveerd, en met LFA G 1 geactiveerd, wordt voorgesteld op de kaart nr 2.

Kaart 2 Maximum vlieghoogte wanneer LFA G1 actief is

 

LFA G 2.

LFA G 2 is opgedeeld in drie sectoren: West, Noord en Zuid, en geeft luchtruim vrij tot FL 70. De gebieden worden voorgesteld op kaart nr 3. De activering ervan moet door een bevoegd persoon aangevraagd worden, de sectoren West, Noord en Zuid kunnen onafhankelijk van elkaar geactiveerd worden. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat sector LFA G 2 Zuid actief is, maar West en Noord niet. Indien één of meerdere sectoren actief zijn wordt dit meegedeeld aan de clubs.

Kaart 3 Begrenzing LFA G2 W-N-Z

 

LFA G 3 & 4

Deze twee LFA G gebieden zijn specifiek ten behoeve van de clubs te Tienen en Verviers en worden hier niet verder behandeld. Meer informatie vindt u in de AIP op p. ENR 5.5 en de kaartjes in annex daarvan.


LFA G 5

LFA G 5 bestaat uit twee geografisch gescheiden gebieden boven de Ardennen, maar wordt als één geheel behandeld. LFA G 5 geeft luchtruim vrij tot FL 90. Zie kaart nr 4. De activering ervan moet door een bevoegd persoon aangevraagd worden, indien hij actief is wordt dit meegedeeld aan de clubs. Indien LFA G 5 actief is, wil dit NIET zeggen dat ook LFA G 2 West en/of Noord actief zijn.

Kaart 4 Begrenzing LFA G5

 

Samenvatting:  

  • Indien LFA G 5 of één van de sectoren van LFA G 2 actief zijn, kan u dit terugvinden op de website van de Liga van Vlaamse Zweefvliegclubs: www.zweefvliegen.be
  • Indien u, tijdens het weekend of op feestdagen, geen bericht omtrent de activering van één van de LFA G gebieden ontving, moet u veronderstellen dat enkel LFA G 1 actief is.
  • Het is onontbeerlijk op de hoogte te zijn van de geldende NOTAM's

Belangrijke opmerkingen:

Het Belgische luchtruim zit eivol en is zeer complex. Het LFA G systeem geeft ons opnieuw ruimte, maar vergroot tegelijkertijd nog de complexiteit. De opties zijn dan ook beperkt: ofwel een eenvoudig luchtruim zonder plaats voor ons, ofwel dit. Bovendien is door de LFA G elke buffer verdwenen, er is geen enkele marge meer voor fouten of ongedisciplineerd gedrag. Elke fout brengt u onmiddellijk in druk bevlogen gecontroleerd luchtruim. U krijgt opnieuw ruimte om te vliegen, maar het is dan ook uw plicht de inspanning te doen deze ganse materie grondig te kennen, en er u strikt aan te houden. Het is nu aan ons allen om te bewijzen dat dit haalbaar is, en dat we voldoende discipline hebben om er ons aan te houden. Er is maar één enkel serieus incident nodig om de hele LFA G te niet te doen.

Opgepast met volgende redenering:

Indien bijvoorbeeld een sector van LFA G 2 niet geactiveerd werd, is er toch geen probleem om toch boven FL 50 te gaan op een plaats die normaal deel zou uitmaken van deze LFA G? De verkeersleiding houdt rekening met de geactiveerde LFA G gebieden. Indien een gebied actief is worden desnoods lijnvliegtuigen speciaal hoger gehouden of omgeleid om niet in een LFA G gebied terecht te komen. Indien een LFA G gebied niet actief is, worden vele delen ervan intensief door commercieel verkeer gebruikt.

Hoogtemeterinstellingen

Ook in ongecontroleerd luchtruim is de instelling van de hoogtemeter gebonden aan strikte regels. Men onderscheidt drie gevallen:

Van 0 tot 3.000 voet (900 m) boven de grond:

De hoogtemeterinstelling is vrij.

Van 3.000 voet (900 m) grond tot 4.500 voet AMSL (1.350 m boven zeeniveau):

De hoogtemeter moet verplicht ingesteld worden op de regionale QNH. De regionale QNH is de laagste QNH gemeten op verschillende plaatsen en kan bekomen worden via het FIC (Flight Information Center) op tel. nr. 02/206.27.25 of frequentie 126.900MHz (Brussels Info). De regionale QNH wordt ter informatie meegedeeld in het bericht omtrent de LFA G op de Ligawebsite. Houd er echter rekening mee dat de regionale QNH in de loop van de dag kan veranderen.

Boven 4.500 voet AMSL (1.350 m boven zeeniveau):

Instelling 1013.25 hPa. In dit gebied worden hoogtes niet langer aangeduid in voet, maar in FL (Flight Level). Voorbeeld: LFA G 2 geeft luchtruim vrij tot FL 70, dit wil zeggen dat men mag vliegen tot een hoogte van 7.000 voet met de hoogtemeter ingesteld op 1013.25 hPa.


Hoogtemeterinstellingen en het zweefvliegen

FL90

2550m

2590m

2630m

2670m

2710m

2740m

2750m

2800m

2840m

2880m

2920m

2960m

FL80

2240m

2280m

2330m

2370m

2410m

2430m

2450m

2490m

2530m

2570m

2610m

2660m

FL70

1940m

1980m

2020m

2060m

2100m

2130m

2150m

2190m

2230m

2270m

2310m

2350m

FL60

1630m

1670m

1720m

1760m

1800m

1820m

1840m

1880m

1920m

1960m

2000m

2050m

FL50

1330m

1370m

1410m

1450m

1490m

1520m

1530m

1580

1620m

1660m

1700m

1740m

QNH

990

995

1000

1005

1010

1013

1015

1020

1025

1030

1035

1040










Vermits men met een zweefvliegtuig de ganse tijd stijgt en daalt is het haast niet doenbaar om bij elke passage de hoogtemeter om te stellen van QNH naar 1013.25 en andersom. Vaak blijft daarom de hoogtemeter ook boven 4.500 voet ingesteld op de regionale QNH. Op deze manier kent men niet zijn hoogte uitgedrukt in FL, en omwille van de beperkte scheiding tussen het ongecontroleerde luchtruim en het verkeer erboven kan dit zeer gevaarlijk zijn. Een bijkomend probleem is dat in zweefvliegtuigen de hoogte meestal weergegeven wordt in meter in plaats van voet. Het is echter mogelijk een hoogte QNH in meter om te rekenen naar een FL, en andersom. Deze omrekening wordt weergegeven in de tabel hieronder.

Op de website van de Liga van Vlaamse Zweefvliegclubs, wordt deze omrekening automatisch voor u gemaakt aan de hand van de actuele QNH. Vergeet geen correctie te maken indien u op QFE vliegt…

Op 4500 voet of lager komen de hoogtes in voet op de kaart overeen met volgende hoogtes in meter (hoogtemeter ingesteld op regionale QNH):

Hoogte voet

2000ft

2500ft

3000ft

3500ft

4000ft

4500ft

Hoogte meter

600m

750m

900

1050

1200

1350

Voorbeeld: indien de maximale vlieghoogte op een bepaalde plaats FL 70 bedraagt, en de hoogtemeter werd ingesteld op 1030 hPa, dan mag u vliegen tot 2270 m. Merk op dat u in dit geval hoger mag vliegen dan volgens de vuistregel hoogte meter = hoogte voet x 0,3 = 2130 m, zonder rekening te houden met de luchtdruk.

Er moet echter op gewezen worden dat de procedure die hierboven beschreven wettelijk gezien niet toegestaan is, en dat men boven 4.500 voet AMSL de hoogtemeter verplicht moet instellen op 1013.25 hPa.

Om gemakkelijk te werken worden de hoogtes van verschillende flight levels doorgegeven via het bericht omtrent de LFA G dat verstuurd wordt vanuit de Liga.

Opgelet: deze waarden werden berekend in functie van de actuele regionale QNH van ’s morgens. Indien de hoogtemeter niet ingesteld werd op deze QNH, geeft de tabel foutieve waarden!!

Volgende oplossingen zijn mogelijk:

  1. Beste oplossing: u stelt de actuele regionale QNH in en herberekent alle hoogtes via de tabel.
  2. Opzoeken van de hoogte in de tabel overeenkomstig met de ingestelde druk op de hoogtemeter. In dit geval zijn de hoogtes van de flight levels correct, maar niet de hoogtes van 4.500 voet of lager, welke overeenkomen met regionale QNH.
  3. Het toepassen van een bijkomende correctie. Indien men bijvoorbeeld met QFE instelling vliegt (hoogtemeter duidt 0 m aan op het vliegveld), moet men van de hoogtes gevonden in de tabel de hoogte van het vliegveld aftrekken. Voorbeeld: FL 70 bij een QNH van 1030 hPa met de hoogtemeter ingesteld op de QFE van Sint Hubert komt overeen met de hoogte uit de tabel min de hoogte van St. Hubert = 2270 m - 563 m = 1707 m. Wanneer de lokale QNH niet exact gekend is kan deze werkwijze echter fouten opleveren! Daarom wordt een extra buffer van 100 m aangeraden, in dit geval zou de maximale vlieghoogte daarom 1607 m bedragen. Deze werkwijze heeft als voordeel dat ze bruikbaar is voor alle hoogtes, zowel boven als beneden 4.500 voet.

Samengevat

  • Boven 1.350 m moet men 1013.25 hPa instellen.
  • Indien men boven deze hoogte op regionale QNH blijft kan men een FL omrekenen naar een hoogte met de tabel hierboven.
  • De tabel moet men lezen met de druk die u ingesteld hebt op uw hoogtemeter. Indien deze druk niet overeenkomt met de regionale QNH zijn de bekomen flight levels wel correct, maar niet de hoogtes beneden 4.500 voet.
  • De regionale QNH wijzigt in de loop van de dag. In vlucht bekomt u de actuele waarde via Brussels Info, frequentie 126.900MHz.
  • De hoogtes gegeven in het bericht van de Liga omtrent de LFA G zijn enkel ter informatie. Ze zijn fout indien de regionale QNH gedurende de loop van de dag wijzigt, en indien uw hoogtemeter niet op de regionale QNH werd ingesteld zijn ze waardeloos. 

Opmerking

De ganse werkwijze beschreven hierboven wordt totaal zinloos indien uw hoogtemeter geen correcte informatie geeft. Laat uw hoogtemeter daarom regelmatig ijken, inclusief de juistheid van de drukinstelling. U kan dit eenvoudig zelf controleren: wanneer u de QNH instelt op de grond, moet de hoogtemeter de hoogte aanduiden van de plaats waar u zich bevindt. Indien de aangeduide hoogte meer dan enkele tientallen meter afwijkt is uw hoogtemeter aan een ijking toe.

De ijking van de drukschaal maakt geen deel uit van de verplichte keuring die een hoogtemeter 5-jaarlijks moet ondergaan. Men moet die dus expliciet aanvragen bij de controleur, of zelf proefondervindelijk uitvoeren zoals hierboven beschreven. Bij de meeste hoogtemeters kan de schaal vrij eenvoudig aangepast worden door de piloot zelf of een clubtechneut. 

Kaarten

Als officiële luchtvaartkaart in België geldt de kaart uitgegeven bij het NGI, Abdij ter Kameren 5, 1050 Brussel, tel.: 02/629.82.82. Het luchtruim verandert voortdurend, deze kaart wordt daarom regelmatig geactualiseerd. Het is noodzakelijk dat u de meest recente versie van de kaart gebruikt. Nochtans heeft deze kaart enkele nadelen. Een eerste nadeel is dat ze vele gebieden bevat die niet actief zijn gedurende weekends of feestdagen. U moet absoluut weten welke gebieden wél actief zijn, dit vraagt voorafgaande studie en het kennen van de geldende NOTAMs. Kaart nr  2 kan u hierbij helpen.

Een ander nadeel is dat deze kaart slechts luchtruim voorstelt beneden 4.500 voet AMSL. Vermits dankzij het LFA G systeem zweefvliegen ook boven deze hoogte mogelijk is, geeft deze kaart voor ons onvoldoende informatie.

Verder verandert het luchtruim soms zodanig snel dat de kaart reeds verouderd is bij het verschijnen ervan.

Hieronder volgt een lijst van lijnen die u zelf moet tekenen op uw kaart om ze te vervolledigen. Deze lijnen zijn voorgesteld op kaart 5. Tezamen met de andere kaarten heeft u dan alle noodzakelijke informatie.

Lijn A

Zuidkant airway G1 tussen Oostende en Brussel TMA.

Een lijn vanaf het meest zuidelijke punt van de TMA van Oostende en de CTR van Koksijde (bij het spaarbekken bij Nieuwkapelle, N50°59'05” E002°49'37”) tot aan het meest westelijke punt van EBBR TMA sector 3, bij Waregem.

Lijn B

Westkant airway A55 ten zuiden van Brussel TMA.

Verlengen van de zuidoostelijke grens van Lille TMA in Frankrijk vanaf de Belgische grens tot aan Brussel TMA sector 2 (N50°35'48” E003°40'06” - N50°31'12” E003°31'01”).

Lijn C

Noordelijke grens CTA East 3.

Doortrekken van de noordoostelijke grens van Beauvechain TMA in één lijn boven het vliegveld van Hasselt. (van N50°59'33” E005°19'51” naar N50°55'30” E005°28'04”)

Lijn D

Gebied uitgesloten uit LFA G 1 tussen Namen en Diest.

Een cirkelboog van 74 km (= 29,6 cm op de kaart) met als centrum de VOR van NIK, vanaf de meest zuidelijke punt van Beauvechain (EBBE) TMA tot aan de TMA van Charleroi.

Lijn E

Grens LFA G 2 South

Een Lijn vanaf de VOR SPI tot N50°37'47” E006°12'42”, ongeveer waar de R08a de Duitse grens snijdt. 

Lijn F

Grenzen LFA G 5.

1) Een (onderbroken!!) lijn vanaf het laatste punt van LFA G 2 (N50°37'47” E006°12'42”) naar N50°01'30” E004°07'50” (waar de spoorweg van Fourmies naar Chimay de Franse grens kruist.

2) Een Lijn vanaf N50°33'04” E005°56'28” (op de vorige lijn bij Surister ten zuidoosten van Verviers) naar N50°18'12” E006°18'02”, aan de Duitse grens bij Herresbach, richting Prüm.

3) Een lijn van N50°27'51” E005°38'30” (op de eerste lijn bij Awan, ten zuiden van SPI VOR) naar N50°04'21” E005°52'09”, op de Luxemburgse grens ten zuidoosten van Houffalize.

Onderbreek de eerste lijn tussen de twee lijnen hiervoor.

4) Een lijn van N49°41'24” E005°16'00” (Franse grens bij Florenville) naar N49°48'06” E005°44'54” op de Luxemburgse grens. Deze lijn loopt over Florenvile en het dorpje Anlier, ten noorden van Habay.

Lijn G

Noordkant airway R110 ten westen van Luxemburg

Een lijn over Virton vanaf N49°32'52” E005°27'05” naar N49°36'40” E005°45'11”.

Kaart 5 Zelf aan te brengen lijnen op de Low Air kaart van het NGI

NOTE! This site uses cookies and similar technologies.

If you not change browser settings, you agree to it. Learn more

I understand

We are using cookies to give you the best experience on our site. Cookies are files stored in your browser and are used by most websites to help personalise your web experience.

By continuing to use our website without changing the settings, you are agreeing to our use of cookies.